Meer dan alleen wonen, meer dan wonen alleen

Dit artikel is geschreven door een van de leden van Voormekaar en is in 2011 gepubliceerd in het tijdschrift van de LVGO (Landelijke vereniging groepswonen ouderen).

In 2001 ben ik lid geworden van de woonvereniging in oprichting, die toen al de naam “Voormekaar” had. Deze vereniging wilde zonder projectleider of instantie van buiten een wooncomplex voor ouderen oprichten om er zelf te gaan wonen. We hebben dus alles in eigen beheer gedaan. In dit stukje wil ik graag iets vertellen over de gang van zaken, met name over de periode dat we van woonvereniging ook daadwerkelijk een woongroep gingen vormen, nu al weer vier jaar geleden.

Hoe wordt een vereniging een woongroep? Het begrip woongroep is niet eenduidig. We zijn zeker geen commune, de term “centraal wonen” past ons beter. Het zelf een complex bouwen, die eigenwijze en zelfstandige houding hebben we in de woongroep behouden, en ook de privacy. We hebben statuten en een huishoudelijk reglement, maar door de tijd heen krijgt elke groep zijn vorm, een eigen sfeer en cultuur. Er ontstaan naast de formele eveneens informele regels. Ik wil graag vertellen hoe de wooncultuur bij ons is.

Het doel van onze woongroep: elkaar inspireren en stimuleren en waar mogelijk ondersteunen. Oud worden is een vak apart, je losmaken van je werk en je gezin, iets anders in je leven gaan doen, tegelijk met het verminderen van je lichamelijke conditie, is moeilijk. Misschien wel net zo moeilijk als carrière maken. Daar heb je anderen bij nodig en zo gaat dat ook bij het ouder worden. Je kunt van elkaar leren en je kunt elkaar “meenemen”, nieuwe dingen laten zien, inspireren.

Momenteel wonen we met veertien mensen in twaalf appartementen. De leeftijd is tussen de 62 en 82 jaar.. Gezamenlijk hebben we een tuin, groentetuintje, parkeerplaats, tuinschuur. We hebben een gezamenlijke tuinkamer.

Daar kun je koffiedrinken, tafeltennissen of een ander spel doen, muziek maken en de krant of tijdschriften lezen. De gedachte is dat de tuinkamer een ontmoetingsplek is; een tv past daar voor ons niet bij. Er is een atelier om te schilderen en een om te klussen, een fietsenstalling, wasmachineruimte en logeerappartementje. Deze ruimten worden door iedereen gebruikt. Schoonmaken en onderhoud doen we zelf. Dit vraagt overleg en afstemming, desondanks ligt er weinig vast.

We vergaderen iedere twee maanden twee uur. We hebben een keer per maand een klussendag, waarop we schoonmaken, repareren en onderhoud plegen. Iedereen kan klussen op een lijst schrijven. Op de dag zelf kiest ieder een klus die bij hem/haar past. Tussen de klussendagen door wordt er ook wel wat gedaan door wie dat nodig vindt en wil doen.

Vooraf waren er afspraken over het schoonmaken, in de praktijk regelde zich dat vanzelf. Als er werk blijft liggen, wordt het op de klussendag gedaan. We dragen allemaal verantwoordelijkheid voor het geheel.

De twaalf appartementen geven de leden privacy. Ze zijn ruim, goed geïsoleerd. Ieder heeft een eigen voordeur. We lopen niet zomaar bij iemand binnen; er wordt altijd aangebeld. Als er een rood papiertje aan de deur hangt geldt de afspraak: niet aanbellen, de ander wil even rust. We komen weinig bij elkaar over de vloer, we zien elkaar voornamelijk in de tuin of in de tuinkamer. Deze mix tussen privacy en dingen samen doen vraagt om voortdurend afstemmen. Wat willen we allemaal en wat wil ieder van ons en hoe doen we dat dan? Voorheen hadden we allemaal een eigen huis met tuin, een vrijstaand huis. Nu wonen we dicht op elkaar. We hebben ons Voormekaar genoemd en dat verwijst naar de doelstelling.

Wat is dat doel en hoe proberen we dat te bereiken? Ons doel is er te zijn voor elkaar. We doen sommigen dingen samen en krijgen daardoor soms iets voor elkaar wat alléén niet mogelijk zou zijn. Daarvan kan ik concrete en materiële voorbeelden geven, zoals een goede wasmachine of grasmaaier of mooie tuinmeubels.Dat is een van de voordelen van samen wonen: minder spullen, betere kwaliteit en vaker in gebruik. Je kunt ook denken aan het delen van abonnementen, wat velen van ons doen. Samen hebben we een abonnement bij de kunstuitleen. Elke maand gaan twee mensen een kunstwerk uitzoeken om de tuinkamer en de gang te verfraaien.

Zoals een goede buur doen we kleine klussen voor elkaar en zorgen zo nodig voor elkaar. Daar is uiteraard een grens aan, omdat we allemaal ouder zijn en fysiek niet tot alles in staat, maar vooral omdat we de privacy willen behouden. Omdat de eventuele zorg wordt gespreid over veertien mensen wordt de belasting niet zo groot is. Een keer per twee weken boodschappen doen of koken is gemakkelijker over een lange tijd op te brengen. En als iemand niet kan neemt een ander het gemakkelijk over. Maar de buurman/vrouw dagelijks fysiek verzorgen is teveel van het goede. Dat wat betreft de afspraken over de zorg. In het weekend is de rol van de kinderen belangrijker dan die van Voormekaar.

De regels: graag zo weinig mogelijk. We hebben uiteraard statuten en een huishoudelijk reglement ; maar dat is voor noodgevallen : als het niet meer in redelijk overleg gaat en je er de regels bij moet halen.

Wat betreft het gebruik van de gezamenlijk logeerkamer gelden minimale regels. Bijvoorbeeld als je logees hebt zorg jij ervoor dat de logeerruimte in orde is en je maakt schoon als ze weg zijn. Vindt de volgende het niet schoon genoeg , dan maakt die het schoner of spreekt jou erop aan. (In de logeeragenda staat wie wanneer logees heeft.) Hebben meerdere mensen tegelijk logees dan is er onderling overleg, wat tot nu toe altijd lukt.

Een ander voorbeeld is de koffie: sommigen drinken veel koffie, anderen zelden of nooit. Wie veel koffie drinkt brengt geregeld een pak koffie mee en ander zelden of niet. Koekjes staan er ook meestal op tafel en niemand weet waar ze vandaan komen. Dit “systeem” werkt al vier jaar!

Een keer per maand eten we samen soep en brood en doen daarna spelletjes, voor wie daar zin in heeft. Minstens de helft van de opbrengst van de maaltijd gaat naar een goed doel, de rest is om de kosten van de koks te vergoeden. Iedereen die naast deze “soepdag” ook zin heeft in koken kan dit arrangeren. Als je familie wil uitnodigen of een grote vriendenclub kun je gebruik maken van de gezamenlijke ruimte, mits dit tevoren is gevraagd. Eigenlijk net zoals je in een groot gezin: je gunt elkaar van alles en er zijn grenzen. Er is oog voor onderlinge verschillen en we pogen tolerant te zijn. Ieder moet zich thuis kunnen voelen Belangrijk is om met elkaar in gesprek te blijven over wensen en irritaties. Besluiten worden niet genomen met de meerderheid van stemmen, zeker niet als het gaat over de dagelijkse gang van zaken, maar door er met elkaar uit te komen.

We willen graag een open huis zijn en blijven. Dat lukt aardig goed. De logeerkamer is 40% van de tijd bezet, dus er zijn hier vaak mensen van buiten. Kinderen en kleinkinderen komen graag logeren. Tevoren waren ze bang hun logeeradres bij opa en /of oma kwijt te raken, maar we horen regelmatig dat het alleen maar gezelliger is geworden. Vooral de grote ruimte die ze hebben om te spelen en het eigen logeerappartement met bad is erg in trek. Ook vrienden komen graag even bijrusten bij ons.

Wat ik geleerd heb in deze 4 jaar:
– Het kost tijd en moeite om aan elkaar en aan het zó wonen te wennen.
– Ik ben ruim gaan denken, in de zin van: alles is van mij, ik mag alles gebruiken en overal komen.
– Ruimer denkend ben ik ook ten aanzien van de medebewoners geworden. Milder ook. Iedereen is anders en veranderen lukt niet meer. Dus: accepteren en compromissen sluiten.
– Nieuwe leden kennen de gewoonten niet en het vraagt extra aandacht om hen in te wijden.
– De cultuur in de groep ontwikkelt zich, of omdat er nieuwe mensen bij komen, of omdat de situatie verandert. Regels mogen worden veranderd.

Als inspiratie hebben we een gedicht van Judith Herzberg op de muur in de hal geschreven:

Er is nog zomer en genoeg
Wat zou het loodzwaar tillen zijn, wat een gezwoeg
Als iedereen niet iedereen ter wille was
Als iedereen niet iedereen op handen droeg

Ria Wijdeven,
Voormekaar,Boxmeer.

————————————————————————–

In de afgelopen jaren hebben wij veel bezoekers gehad; daarover zijn meerdere publicaties verschenen. In 3 publicaties een uit België , een uit Engeland en een derde uit Nederland, wordt ingegaan op wonen van ouderen en Voormekaar wordt hier als voorbeeld genoemd.

1. hoofdstuk uit een boek over wonen van ouderen in België van de universiteit Leuven  ( 08 Fiche VOORMEKAAR)  op verzoek wordt dit aan u doorgestuurd (Franse tekst)

2. Is cohousing a suitable housing typology for an ageing population within the UK? van John Killock     Dit boek is te downloaden via: www.kollektivhus.nu/pdf/BoydAugerScholarship2011FinalReport.pdf                              (Voormekaar wordt vermeld – of er wordt een foto geplaatst op pagina’s 75-101-109-119-145-167)

 3.Woongemeenschappen als bronnen van maatschappelijke vernieuwing    Masterseminar Systematische Religiewetenschappen                                                            Nelleke Drop,  Augustus 2015  ( wordt op verzoek ook doorgestuurd)

 

Advertenties